Dit volgende eiland van ons bezoek is half zo groot als
Nederland en met ca 1 milhoen inwoners dunbevolkt.
Het bergachtige landschap is moeilijk te beplanten.
De valeien daaraantegen zijn door de lavagrond vruchtbaar
en dat is goed zichtbaar in de rijstveldterrassen.
Ook een bijzonder gezicht zijn de zoutwinningsgebieden.
Een soort polderlandschap met dijkjes en dammetjes waar men
het zeewater laat verdampen om het zeezout te winnen.
Pas als je ook zo'n zak denkt op te tillen, merk je hoe zwaar
(80kg!) het werk hier is. Hier geen ARBO met maximaal 23 kilo.
We zijn nu ook in het Islamitisch gedeelte gekomen.
En dan nog wel tijdens de Ramadan.
Dat betekent; geen eetgelegenheden maar het nuttigen van
lunchpakketten in het bos of op een verlaten strand.
En pas na zonsondergang naar de overvolle restaurants.
Even wennen, maar het heeft ook zijn charmes.
Ook hier is veel te zien: de rijstvelden, de zoutwinningsgebieden,
de drukke hoofdstad Sumbawa Besar met zijn uitgebreide markt
en het Sultanspaleis uit 1885, de kleine dorpjes en nog veel meer.
Maar overal: vriendelijkheid.