Ook op stedebouwkundig gebied het een en ander te bieden.
Een mengeling van de al eerder genoemde Maoristijlen, de
Europese en de hedendaagse.
Er is over het algemeen ruimte genoeg, dus alles ruim opgezet.
Dit is meteen ook een voordeel bij de aardbevingsgevaren die hier
continue aanwezig zijn.
Typisch Nieuw-Zeelands zijn de Maori-gemeenschapshuizen.
Deze 'marae' staan op grote palen die in de grond zijn verankerd,
met daar bovenop een groot zadeldak.
De muren bestaan uit een vlechtwerk van riet en het geheel is
voorzien van prachtig houtsnijwerk.
En uitermate goed aardbevingsbestendig concept.
De rijke veeboeren, de kolonisten, lieten in de 19e eeuw hun huizen
in Europese stijl bouwen. En dat was dan weer afhankelijk van hun
oorspronkelijke vaderland.
Zo kom je veel Britse, en Schotse stijlen tegen.
Toen Napier in 1931 door een aardbeving met de grond gelijk gemaakt werd, werd de stad in Art-deco herbouwd, wat nu nog een heel bijzonder stadscentrum oplevert.
In 2011 werd ook Christchurch getroffen door een zware
aardbeving. Helaas is daarvan het resultaat nog duidelijk zichtbaar.