Het dierenrijk van Nieuw-Zeeland heeft een bijzonderheid.
Vroeger kwamen hier geen grote landdieren en roofdieren voor.
Door de grote afstand tot het nabijgelegen vasteland heeft de
natuur zich hier op een hele andere wijze kunnen ontwikkelen.
Door de komst van de Europeanen veranderden dat drastisch.
Naast de koeen en schapen namen zij ook konijnen, herten en zelfs
vossen en hermelijnen mee.
Door het gebrek aan natuurlijke vijanden hadden deze vrij spel en
werd de inheemse flora en fauna grote schade berokkend.
De opossums die hier voor de bontindustrie werden meegebracht zijn
inmiddels met ruim 70 miljoen een gigantische plaag.
Gelukkig zijn er nog inheemse dieren te bewonderen.
De bekendste is waarschijnlijk toch wel de (vleugelloze) kiwi.
Helaas is dit een nachtdier, dus niet in het wild te bewonderen.
Ook vogelaars kunnen hier hun hart ophalen.
Wat betreft de zeedieren, die zijn niet te missen.
Langs de kustwegen van met name het Zuider-Eiland, zie je
zeeleeuwen en pelsrobben. En neem je een boot, dan kun je
zonder problemen de walvissen en dolfijnen van dichtbij
bewonderen.